Citytrip Barcelona

Nog meer Gaudí – art nouveau aan de Passeig de Gràcia

De tegenwoordig veel bewonderde modernistische gebouwen aan de Passeig de Gràcia werden tijdens hun bouwperiode aan het begin van de 20e eeuw met veel hoon en spot overladen. Gaudí’s Casa Milà, zijn laatste en grootste particuliere gebouw, werd ook wel geringschattend ‘La Pedrera’, de steengroeve, genoemd. Een zwoele zomernacht, een glas cava in de hand, goede muziek, en dat alles op het dak van de Pedrera (Casa Milà): wat wil je nog meer?

De wijk Eixample (lett. uitbreiding) met de grote boulevards Passeig de Gràcia en Rambla de Catalunya werd in de tweede helft van de 19e eeuw ontwikkeld door ingenieur Ildefons Cerdà als woonwijk voor voornaam Barcelona. Hier lieten koloniale heren en de opkomende industriële bourgeoisie grote casas bouwen naar hun stand. Gebouwen als La Pedrera (Casa Milà), Casa Batlló of Casa Amatller dragen nog steeds de naam van hun opdrachtgever. De daarbij passende infrastructuur bezuinigt niet op luxehotels, chique winkels en restaurants, cafés en bars.

Internationale en Catalaanse art nouveau

Wanneer je de wandeling begint op de centraal gelegen Plaça de la Universitat, is een kort bezoek aan de oude universiteit , waar in 1871 voor het eerst hoorcolleges plaatsvonden, een aanrader. Het gebouw ontpopt zich van binnen tot een waar kleinood, met stille begroeide patios en tuinen. Vanaf de hoofdingang aan de Gran Via de les Corts Catalanes, 585 is het slechts een paar stappen naar het Museu del Modernisme Barcelona . Je kunt je hier vast voorbereiden op wat je in Eixample in overvloed zult tegenkomen: het modernisme als Catalaanse art nouveau. Gaudí hebben: zou je graag je eigen huis willen inrichten met originele replica’s van Gaudí’s meubels? Met behulp van de designwinkel BD Ediciones is dat mogelijk (C/ Ramon Turró, 126, Poblenou, ook Duitstalig, online- collectie op http://bdbarcelona.com/es/autor/8).

Wie is de mooiste van het land?

Drie casas, vele smaken: het ensemble van de gebouwen Lleó Morera, Amatller en Batlló verenigt de architecten Gaudí, Domènech i Montaner en Puig i Cadafalch als de ‘Grote Drie’ van het modernisme. De voortdurende onenigheid over de mooiste van deze drie casas heeft het ensemble tot manzana de la discordia gemaakt, een ‘twistappel’. Casa Lleó Morera komt als hoekhuis met huisnummer 35 het eerste in zicht. Bezichtiging van het interieur is in dit tussen 1902 en 1906 door Lluís Domènech i Montaner gebouwde huis niet mogelijk. De gevel laat duidelijk zien dat de stijl van Domènech i Montaner het dichtste bij de Noord-Europese art nouveau komt door de speelse en licht aandoende decoratie.

Een klein stukje verderop herken je de Casa Amatller aan de trapgevel, die de architect Josep Puig i Cadafalch vaker gebruikte als stijlmiddel. Hier verbouwde hij in 1898-1900 het woonhuis van de chocoladefabrikant Antoni Amatller. Rijke versieringen aan de façade, die in het interieur werden voortgezet, spelen met moorse keramiektegels en uitbundig bewerkt hout. Het gebouw is te bezichtigen tijdens een rondleiding, maar ook onder het genot van een kop koffie in het vrij toegankelijke ‘huis-café’ Faborit krijg je al een aardige indruk van de stijl van de interieurvormgeving. Natuurlijk, vloeiend en zonder enige rechte hoek. Bij de Casa Batlló heeft Antoni Gaudí zijn centrale vormgevingsprincipes rijkelijk en met nog meer facetten uiteengezet. Bij de realisatie van de buitenzijde waren bovendien de beeldhouwers Joan Beltran, Josep Llimona, Carles Maní i Roig, Joan Matamala i Flotats en Llorenç Matamala i Pinyol betrokken. De keramische tegels zijn van Sebastià Ribó.

Hierna volgt de Casa Batlló . Het stadspaleis van de textielfabrikant Josep Batlló i Casanova werd tussen 1905 en 1907 opgetrokken door Antoni Gaudí. De grotachtig vormgegeven façade heeft de allegorie van drakendoder Sint Joris als centraal motief. De woonruimten van de familie Batlló, het dakterras en de binnenhof zijn te bezichtigen.

Slenterend naar de Pedrera

De slechtste manier om zich door Barcelona te bewegen, is de korste weg van A naar B te kiezen. Je mist dan gewoonweg te veel. Daarom lopen wij met enige omwegen naar La Pedrera (Casa Milà). Meteen aan het begin maken we vanaf de Casa Batlló een uitstapje naar de Fundació Tàpies . Het gebouw met de grote kluwen ijzerdraad op het dak werd door Domènech i Montaner in 1880 gebouwd als een van zijn vroege werken. Sinds de jaren 80 is het huis een tentoonstellingsgebouw en zetel van de Tàpies-stichting. De internationaal hoog gewaardeerde kunstenaar Antoni Tàpies (van wie ook de dradenwolk op het dak is) was een zoon van de stad en overtuigd Catalaan. Hij stierf in 2012 op de leeftijd van 88 jaar. Meer dan achthonderd van zijn werken, die met cijfers, tekens en ruwe materialen vaak tussen schilder-, collage- en objectkunst laveren, zijn in de eenvoudig-elegante ruimtes uitgestald. Aan de overkant van de straat herinnert de fraaie interieurzaak Taimo ons eraan, dat wij ons in de voornaamste winkelbuurt van de stad bevinden. Over de slenterstraat Rambla de Catalunya gaan we verder naar de Carrer Mallorca. Als je die linksaf inslaat, is het nog maar een paar meter naar de fijne boekwinkel annex café La Central , een zeer aangename locatie voor een pauze. Daarvandaan ben zo bij Gaudí’s schitterende gebouw La Pedrera.

audí van top tot teen: La Pedrera

Het topstuk van modernisme aan de Passeig de Gràcia, 92 is al even bekend onder de naam La Pedrera als onder de naam Casa Milà, naar de oorspronkelijke eigenaar. Dit was het laatste grote particuliere huis dat Gaudí van 1906 tot 1910 bouwde, voordat hij zich helemaal wijdde aan de bouw van de kerk Sagrada Família. Dat dit huis veel te vertellen heeft en je met zijn vele details versteld doet staan, verzacht de hoge toegangsprijs enigszins. Bezichtigingen gaan hier altijd van boven naar beneden. Een lift brengt je naar het golvende dak, waarop de schoorstenen op versteende soldaatjes lijken. Op een zwoele zomeravond hierboven met een glas cava livejazzklanken beluisteren behoort tot het mooiste wat er in Barcelona te beleven is. De zolder (Espai Gaudí) is ingericht als documentatie- en voorbeeldruimte voor de werkwijze van Gaudí. Lieve schilder, maak een schilderij voor mij van haar … La Pedrera (lett. de steengroeve) is duidelijk een van Barcelona’s spectaculairste blikvangers.

’Een rechte boom, hij heeft takken en deze weer twijgen en die de bladeren. En elk afzonderlijk onderdeel groeit harmonisch, geweldig, daar God de kunstenaar hem geschapen heeft. Deze boom heeft geen hulp van buiten nodig. Alle dingen in de boom zijn uitgebalanceerd. Alle dingen zijn in evenwicht.’ Met deze woorden getuigde Antoni Gaudí (1852-1926) van zijn in de natuur gewortelde verhouding tot het bouwen. Paraboolbogen, paddenstoelvormige kapitelen, hangende gewelven en ’ingesloten’ zuilen – dit alles heeft hij in La Pedrera verwerkt. Het sinds 1984 tot het UNESCO Werelderfgoed behorende gebouw heeft geen dragende muren, het totale gewicht rust op zuilen en dragers. Het op de vierde etage gelegen Pis de la Pedrera toont een volledig en contemporain ingericht woonhuis van de hogere burgerij aan het begin van de 20e eeuw. De eerste etage, ooit als planta noble bewoond door de familie Milà, wordt sinds 1992 gebruikt als tentoonstellingsruimte. Grappig toeval: tijdens mijn laatste bezoek aan Camp Nou zat ik naast een dame, die mij interessanter leek dan de wedstrijd op het veld. Wij raakten in gesprek, en zij ontpopte zich als mevrouw Milà, achterkleinkind van de opdrachtgevers van de Casa Milà. Tot op heden, zo vernam ik, bepaalt de familie mede het lot van de stad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *